Verklaring straatnamen

Hetgeen hieronder staat vermeld is geenszins onze verdienste, maar wel deze van Raymond Corremans, die in 1991 een boek uitgaf “De Straten en straatnamen van Hoboken”.

Dit boek, dat destijds op 1000 exemplaren werd gedrukt, is evenwel niet meer te vinden in de reguliere boekhandel.

Met toestemming van de auteur vindt u hieronder dan ook een (uitgebreide) samenvatting van de verklaringen van de straatnamen van Polderstad die in dit boek zijn opgenomen.

Wij lezen ook nog in het voorwoord van het boek:”In het oude regime voor de Franse revolutie ontstonden de straatnamen door het gebruik van het publiek…In de 18de eeuw begon men ook namen te geven naar gebouwen (herbergen), maar in de 19de eeuw zullen wegen naar bepaalde personen worden genoemd, soms naar eigenaars (Dillestraat), soms naar personen die men wou eren (Fodderiestraat of Charlotta Finckstraat) waarbij er dikwijls geen direct verband meer is tussen de straat en de naam.

Met de verkaveling Moretusburg in de beginjaren van de 20ste eeuw zal voor het eerst gepoogd worden om namen te geven die niet alleen op een of andere manier verband houden met elkaar, maar ook te maken hebben met de wijk. Dit voorbeeld zal in alle verkavelingen vanaf 1955 gevolgd worden, met dien verstande dat de namen nog wel een samenhangend geheel vormen, maar niets te maken hebben met de plaats waar ze komen.

"Een uitzondering hierop – en ook de best geslaagde naamgeving in Hoboken – is het polderproject waarbij de meeste oude poldernamen in ere werden hersteld.”

Wij wensen dan ook onze oprechte dank te betuigen aan Raymond Corremans (trouwens nog steeds werkzaam als ambtenaar bij het District Hoboken) voor het ter beschikking stellen van dit boek!

Industriezone

Boombekelaan

Het deel van de Smallandlaan tot de Scheldedijk is uitgevoerd in 1976 in het kader van een overeenkomst tussen NV Cockerill Yards toen dit bedrijf de oude toegangsweg van de Leo Bosschaertlaan naar de Scheldedijk had vernietigd door de aanleg van het nieuwe droogdok.

De plaats Boombeke besloeg het gebied langs de Karel Duboislaan en wordt ook de Visputten genoemd.

De naam Boombeke heeft betrekking op de beken, Wouter Dilftgracht en Kleine Leigracht die door het gebied liepen en afgezet waren met rijen bomen, zoals gebruikelijk was langs waterlopen. Reeds in 1699 vinden we “bestedinge…ende boombeeckgragt”. In 1738 ook nog “voor het graven ende slaevaterwerck vande boombeeckgraght”.

Smallandlaan

De straat liep oorspronkelijk dood naast Integan maar werd in 1988 doorgetrokken om uit te komen in de Boombekelaan.

Het smalland was een langwerpig stuk grond dat gelegen was tussen de Wouter Dilftgracht en de Kleine Leigracht en dus “smal” was. Volgens de atlas der buurtwegen(1844) lag het Smalland tussen de Leo Bosschaertlaan en de Boombekelaan en lag het Smal (wat dus een ander terrein was) van ongeveer Boombekelaan langs de spoorweg tot de Scheldelei.

De naam komt reeds voor in 1648 als “het smallant” in de polderrekening van 27.8.1699 “smallant bosch” en 9.11.1741 “te graeven in het smallant Bos tot in de Leygraght”.

Woonzone Fase 1

Bergenlaan

De plaats De Bergen was gelegen bij de Scheldelei onder de Scheldedijk en vormde eertijds een gehucht waar de gehuisden in 1808 moesten geëvacueerd worden wegens een overstroming. De bewoning dateert vermoedelijk van de 17de eeuw en de benaming komt reeds voor in 1692. In 1759 vinden we “twee stucken lants te voorens soo saeylandt wesende genaemt De Bergen” en in het Metingboek van 1782 “Landen gemeijnelijck gent De Bergen met de huysingen daer op staende”. Heden wordt de naam nog als kadastrale benaming gebruikt voor die plaats.

Dijkgraaflaan

De dijkgraaf was het hoofd van het polderbestuur, titel die was ingesteld bij Decreet van Napoleon van 11.1.1811.

Voor dit decreet bestond de broekmeester die gekozen werd onder de polderbezitters en dit ambt levenslang vervulde tenzij de eigenaars hun beklag over hem deden. Dit kon om de 3 of 4 jaar bij het indienen van de rekening en gewoonlijk waren er “abusen enden inconvenieten” die telkens een nieuwe broekmeester tot gevolg hadden.

Graspolderlaan

De Graspolder was gelegen tussen de Smallandlaan en de Wissenboslaan aan de landzijde van de Scheldedijk. De naam wordt heden voor die plaats op het kadaster nog gebruikt. De oudste vermelding is in 1629 “polderspaede inde hoypolder…metten
dijckslagh in de graspolder”.

De Graspolder werd hoofdzakelijk voor veeteelt gebruikt. In 1577 moest men het vee en in de polder drijven wegens de komst van muitende soldaten waarna de draaibomen in de polder werden gesloten om dit vee niet te laten roven. Deze draaibomen stonden aan
de Hooi- en Graspolder en worden in de polderrekeningen dikwijls vermeld.

Hooipolderlaan

De Hooipolder was gelegen tussen de Schelde en de Scheldedijk (nu in Polderbos) boven Polderstad en Scheldelei. De oudste vermelding vinden wij in 1629 als “polderspaede inde hoipolder in blommaerts vierendeel”. De naam komt ontelbare malen voor in de polderrekeningen wat zou aantonen dat de plaats een zwakke plek in de Scheldedijk was.

Volgens de kaart van de Hooipolder in het Metingboek van 1782 bestond het gebied uit 10 schorren en het deel genaamd de Wapper. De belangrijkste schorren waren de “keiskamer”, “de Cruybeeck hoeck”, “de grote ses”. De Hooipolder sloot aan bij de aan de andere kant van de Scheldedijk gelegen Graspolder. Hier graasde vermoedelijk het vee zodat op de Hooipolder het hooi kan bewaard zijn, hoewel we met een schorengebied te doen hebben dat dikwijls door wateroverlast geteisterd was.

Meer waarschijnlijk werd het gebied beschermd door staken met hooi en stro en had het daardoor het uitzicht van een hooiveld….

Kaaskamerlaan

Het schor de Kaaskamer heeft blijkens het Metingboek van 1782 deel uitgemaakt van de Hooipolder en was gelegen boven de Wapper. Reeds in 1734 vinden we “den dilft van den hooypolder ende keeskaemer” en in 1735 “vanden hoypolder ende keeskamer dilft
te slichten”.

Moerdijklaan

De Moerdijk was een bepaald gedeelte van de Scheldedijk bij de Kaaskamer. Deze naam vinden we in 1749 als “aen de keskaemer aende grootmoer” en “met de windtgaeten open te graeven ende de grootmoer”. Verder in 1758 “aenden hooypolder ende groot moeyer”, in 1764 “voor het maecken van een Roede dijckwerck op het goodt vande grootmoeder in de Antwerpschen hoek”…

De benaming moer heeft hier niets te maken met de betekenis van veenaarde waaruit turf werd gewonnen, maar eerder gaat het hier over modder dat ook moer werd genoemd. Trouwens in 1782 vinden we nog de plaatsnaam “het grote moddergat” vermeld.

Schemerlandlaan

De plaats het Schemerland vonden we slechts éénmaal vermeld in de polderrekeningen, namelijk die van 11.07.1719 als “voor die gegoyde ende gelanden van broecke der baronnie van Hoboken daer onder oock begrepen de gegoyde van de percente van den selven broecke gemijnelijck geheeten Schemerlandt tegens die gegoyde ende geinteresseerde van het kielsbroeck suppten”.

Vermoedelijk gaat het hier om gronden die vielen onder het toezicht van het Kielsbroeck, maar waar het Hobokense polderbestuur een belang in had zodat we kunnen aannemen dat het Schemerland zeker op Antwerps grondgebied was gelegen. Men mag niet vergeten dat in 1896 en 1900 een aanzienlijk stuk grond werd afgestaan aan Antwerpen zodat de Hobokense polder vroeger veel groter was dan nu.

Schorrenlaan

De straat is genoemd naar de talrijke schorren die aan de Schelde voorkwamen voor de ophogingswerken in 1965-1966 waardoor het Polderbos ontstond.

Deze schorren werden al vroeg vermeld in 1260 als “quae Score dicitus” in de akte van Felicitas Van Traynel en in 1296 als “dicti nostri aggerem ponant versus Scaldam supra schore” in de akte van Aleidis Van Perwijs.

Aan de Hobokense dijk lagen talrijke schorren die bijna alle een speciale benaming hadden. Enkele voorbeelden: de Biechtvader, het Boerenleger, het Polderschor, Peer Lippensgatschor,het eerste Vuylgat, het Zevenbergenschor, het gemeyn schor,…

Een schor is een buitendijkse aanwas die alleen bij hoge waterstand onderloopt en dus begroeid is, in tegenstelling tot de onbegroeide en bij elke hoogwaterstand onderlopende slikken.

Met schor en schoor wordt het weiland aangeduid tussen Schelde en dijk, van Dendermonde tot de zee.

Van Traynellaan

Felicitas Van Traynel was eerst gehuwd met Godevaart, heer van Chateau-Porcien en in tweede huwelijk met Godevaart II, heer van Perwijs, de oudste gekende heer van Hoboken. Op 8.12.1260 stond zij de polders van Hoboken af aan de ingezetenen van de gemeente behoudens dat deze haar jaarlijks en het feest van Sint-Maarten 10 pond leuvense munt als spaderecht zouden betalen.

Wouter Dilftlaan

De Wouter Dilftgracht komt als waterloop nr. 4 voor in de atlas der waterlopen van 1888 onder de naam “Wouter Dilftgracht”. De gracht liep van de Scheldelei naar de Schelde, door Polderstad 1ste fase, en verdween dus bij de aanleg van deze verkaveling. In 1696 vinden we de naam al terug in “het stuk de negende spade…noort de wouterdelftgraght”. In de polderrekening van 14.7.1740 vinden we “Wouters Dilftgraght” en in die van 4.10.1767 “over het slavaeteren van 112 roeden in de Wouterdilftgraght”. Ongetwijfeld was Wouters een belangrijk eigenaar langs deze beek want in de polderrekening van 24.09.1724 vinden w<e “ende voordens van den hoeck van mijnheer Wouters velt van den grooten gadewegh in de west sijde tot aan het dijck veken” en in de polderrekening van 13.11.1750 “in het Bos van de heere Wouters”. Misschien was het zelfs de broekmeester Christiaan Wouters die dit ambt uitoefende van 1719 tot 1721….

Zandweellaan

De Zandweel was een vijver die lag tegen de Scheldedijk aan het einde van de Scheldelei. Deze vijver vinden we reeds in de polderrekening van 12.05.1701 als “gegraven Dilft beginnende van ’t Botermelck sfatie tot in de Sant Wiel”.

De Zandweel was evenals de meeste welen een overblijfsel van een overstroming.

Zomerdijklaan

De Zomerdijk is dat gedeelte van de dijk dat alleen de zomerstanden van het water kan keren en dus ook alleen in de zomer zichtbaar is. De Zomerdijk was gelegen tegen de Hooipolder. Reeds vermeld in 1693 (“den somerdijck”) en uit de polderrekening van 7.4.1787 weten we dat de Zomerdijk heeft deel uitgemaakt van de Hooipolder:”in het maeken van den somerdijck in den hoypolder”.

Woonzone Fase 2

Geestheidelaan

De gronden die vielen onder de plaatsnaam Koude Geestheide strekten zich blijkens de kaart van 1866 uit rechts van de Scheldelei onder de Grote Leigracht tot aan de Lageweg. In 1459 vinden we reeds “stede get(aen) te hoboken aende coude geest heijde” en in 1460 “opt couweest”. Ook in de geschiedenis van het kasteel Lichtenberg komt de naam voor bij de vermelding van de toenmalige hoeve uit 1584 en die gelegen was aan het Broekeynde in de Koudegeestheide. Uit de vermelding van 1636 “gheest huys gelegen aende couweest heijde” zouden we afleiden dat de plaats een eigendom kan geweest zijn van een geestelijke overheid. Dit betwijfelen wij want de naam Koude Geestheide is eerder een aanduiding voor de onvruchtbare en droge gronden waar misschien “koude” winden over bliezen.

Heerenpolderlaan

De Herenpolder was gelegen tegen de grens met Antwerpen en sinds 1900 voor het grootste gedeelte op Antwerps grondgebied wegens verlegging van de grens.

Op de kaart van 1906 staat er voor dit gebied “’s Herenpolder” die Dr H. Dierckx op zijn kaart van de grondlagen van Hoboken heeft overgenomen. Nochtans was eigenlijke naam volgens het Metingboek van 1782 en de atlas der buurtwegen (1844) “’s Heerenland”. Alleen de kaart van 1890 vermeldt zowel “s Heerenpolder” als “s Heerenland”. Deze namen evenals Herendijk en Herensluis vloeien voort uit het feit dat deze gronden en plaatsen in het bezit zijn gebleven van de heer van Hoboken en niet beleend werden. Tegenwoordig geldt de naam ’s Herenland op het kadaster om de gronden aan te duiden gelegen binnen de Krugerbrug, Lageweg en Em. Vloorstraat. (dit is meteen ook de reden waarom de nieuwe brug Herenpolderbrug zal genoemd worden!)

Jan Van de Wervelaan

De straat is genoemd naar Jan Van de Werve, de oudst gekend schout van Hoboken van 1522 tot 1546. Hij was ook schout van Antwerpen en woonde op het Lindenhof (vroeger gelegen in de d’Urselstraat).

De familie Van de(n) Werve was één van de oudste Antwerpse geslachten van schouten, burgemeesters en schepenen. Zo vinden we in het O.L.- Vrouwarchief, in een akte van 9 december 1225, al een vermelding onder de naam van schepen Egidius de Littore (= Van de(n) Werve). Een zekere Henricus dictus de Werva kreeg op 15 januari 1273 toelating om te bouwen bij de burchtmuur, net buiten de eigenlijke burcht. Op termijn evolueerden zij tot grootgrondbezitters.

Deze telg uit die vooraanstaande familie, Jan Van de Werve, was drossaard van Hoboken. Een drossaard was stadhouder of luitenant van een leenhof, en als zodanig de vertrouwensman van de heer. Die stelde hem doorgaans voor het leven aan. Eens zijn benoeming bekrachtigd werd door de Raad van Brabant, trad hij in functie.

De taak van een drossaard of baljuw bestond er in, samen met de schepenen, recht te spreken en te waken over de strikte toepassing van alle plakkaten en verordeningen, uitgevaardigd (door koning of keizer) voor Brabant of voor heel het grondgebied. Verder was hij (samen met de schepenen) beschermer of oppermomboir van de wezen. Tenslotte diende hij, als enige vertegenwoordiger van de heer, diens belangen zorgvuldig te behartigen, desnoods tegen de zin van schepenen of dorpelingen in.

Hij is vooral bekend door een tragisch ongeval dat hem en zijn vrouw is overkomen, den 21 Augusti 1552…

Leigrachtlaan

De straat is genoemd naar de Grote en de Kleine Leigracht. De Grote Leigracht loopt nog steeds van de Naftaweg aan het einde van de Krugerbrug door de Polder naar de Scheldelei. De Kleine Leigracht was het vervolg van de Grote vanaf de Scheldelei tot in de Schelde ter hoogte van het huidige pompgemaal maar is thans verdwenen door de aanleg van Polderstad.

Oorspronkelijk was dit een gracht die reeds in 1460 wordt vernoemd als “een gracht geheetten de leygracht”.

Platijnweellaan

De Platijnweel was een plas of vijver die lag op de plaats waar de Grote Leigracht aan de Naftaweg uitkomt. Deze vijver zien we reeds op de kaart van Verbiest (1662) met als naam “Plattyns Weel” en in 1694 vinden we “selve spade…van aen de platijn weele”. De naam is ook zeer dikwijls in de polderrekeningen vernoemd:”platijn Wiele” (in 1699,1700 en 1716)

Platijn of Patijn betekent mul, pantoffel, deels van hout, deels van leer, ook geheel van hout of klomp. Platijnweel zou dan de betekenis hebben van vuile, modderige en moeilijk doorwaadbare poel naar analogie met Patijnstraat waar men alleen met houten schoeisel
door kan.

Ons inziens is deze analogie echter niet juist en was de weel juist en was de weel juist een gemakkelijk doorwaadbare vijver, waar men niet met een boot, maar reeds met houten blokken aan de voeten kan door stappen.

Restringenlaan

De Ristringen of Rietstringen waren gelegen langs de Metaalstraat, van Scheldelei tot Naftaweg.

De rietstringen zijn samengesteld uit riet of rijt, wat een naam voor een waterloop os, vervolgens het land naast die waterloop en dus eigenlijk moeras en ten slotte ook de plant die er heeft gegroeid. String of streng is een strook of band meestal in verband met gronden en dus een langwerpig perceel.

De Risteringse gaanweg (Metaalstraat) was een zeer lange voetweg door een plasrijk gebied die inderdaad samen met de Botermelkstraat een de Grote Leigracht dit deel va de polder in langwerpige stroken verdeelde. Van de Risteringse gaanweg of Metaalstraat rest niet veel meer in Hoboken…

Steenlandlaan

De plaats Steenland lag blijkens de atlas der buurtwegen (1844) en de kaart van 1890 in de polder tegen de grens met Antwerpen (heden bijna volledig in Antwerpen) tussen Metaalstraat en Grote Leigracht.

De naam Steenland wordt reeds vermeld in de akte van 26.05.1296 van Aleidis Van Perwijs als “in bonis nostris Steelandt” en kan daarom als één der oudste poldernamen gelden. De naam vinden we eerst in 1696 terug (“een brokspaede lants…genaemt het steenlandt” en in 1782 “weijde genaemt Steenland”, maar komt niet voor in de polderrekeningen, wat erop wijst dat het een weinig gebruikt gebied was, mogelijk omdat er veel stenen in de grond zaten die weliswaar de wateroverlast konden belemmeren, maar ook de landbouw.

Van, langs en naar het Steenland liep echter ook de Steenbeek die reeds in 1460 is vermeld en waarmee ongetwijfeld de Grote Leigracht is bedoeld en meer bepaald dit gedeelte beek dat liep van de Stenen Brug naar de Schelde. Die Stenen brug bestaat nog steeds: over de gracht om toegang te geven van de Metaalstraat tot de Naftaweg. De brug vinden we terug op de kaart van 1866 (“Steene Brug”) en we denken dat daarom het land erachter genoemd is naar de brug waar men over moest om er te geraken.

Veerdamlaan

De Veerdam was een schor dat reeds in 1591 werd vermeld. Aan deze schir stond vermoedelijk een staketsel of veerdam waaraan de veerdienst naar Kruibeke kon aanleggen. De Veerdam die na 1800 wordt vermeld, is deze welke aan de Kil heeft gestaan ten einde Kapelstraat en die wordt genoemd in het raadsbesluit van 17.08.1891,
waarin men beslist dat de oude veerdambrug die reeds jaren buiten dienst is en ligt te rotten op de kant der Kil aan de Schelde, zal verkocht worden aan de meest biedende.

Waterhoutlaan

Het waterhout is een belangrijk materiaal dat werd gebruikt bij de versteviging van de dijken en in de polderrekeningen ontelbare keren voorkomt.

Watermolenlaan

In de akte van 26.05.1296 van Aleidis Van Perwijs, waarin zij als Vrouwe van Hoboken het recht geeft aan de inwoners om bomen te planten in zekere straten vinden we de vermelding:”…intra territorium dicte ville in seu strate inter Molenbeke, ex una parte, ac
vetus terre aggerem ex altera”.

De aanduiding “vetus terre aggerem” betekent Oude Dijk en verwijst naar een gedeelte van de Scheldedijk. Hierdoor zijn we geneigd de Molenbeek te interpreteren als één van de grachten die door het poldergebied liepen. Het als “territorium” omschreven gebied kan dus enkel gelegen zijn in de polder en de molen zelf was hoogstwaarschijnlijk een watermolen (vandaar Molenbeek).

Dat er een watermolen in de polder heeft gestaan weten we met zekerheid dank zij de Scheldkaart van de 15de eeuw (kopie 1504 Stadsarchief Antwerpen) een waarop een “watermole” in Hoboken bij de Schelde vermeld is.

Wissenboslaan

Het wissenbos is een plaats die in 1778 is vermeld als “een stuck landts genaemptden Wissenbosch alhier int broeck gelegen…west den groten garspolder, sut de garspolderstraat ende noort den grooten verkenshoeck”.

Uit deze omschrijving blijkt dat de huidige Wissenboslaan ongeveer op de plaats van het oude Wissenbos is gelegen. Een wissenbos is een twijgenbos, waar manden van werden gevlochten.

In de omschrijving van 1778 vinden we ook de Varkenshoek terug. Deze naam komt reeds voor in de polderrekening van 7.12.1699 als “de Brugge van de Verckens Hoeck” en in die van 25.11.1700 als “aen de Wiel tegen over den Verckens Hoeck. De naam was door de opstellers van de atlas der buurtwegen overgenomen om de plaats aan te duiden die heden nog aldus op het kadaster heet. De Varkenshoek sloot aan bij de Graspolder en in het metingboek van 1782 vinden we zelfs een opdeling in “grooten Verckenshoeck” en “kleynen Verckenshoeck”.

Vermoedelijk hield men op deze plaats de varkens apart van het andere vee dat in de Graspolder werd bijeengebracht.

Zevenbergenlaan

De straat is genoemd naar de schor de Zevenbergen, dat lag tegen de Herensluis bij de grens met Antwerpen. De Zevenbergenschor was een “gemeyn schor” wat betekent dat iedereen het mocht gebruiken. Het eigendomsrecht ervan was in handen van de heer van Hoboken.

In de polderrekening van 7.8.1699 vinden we “het hooft vant Sevenberghs Schoor”, in de polderrekening van 9.7.1702 “Dilft tusschen het Sevenberghs Schoor ende Dijck”.

Het Zevenbergenschor lag ook niet ver voorbij de plaats De Bergen en misschien staat deze naam in verband met de Zevenbergen (7 verhevenheden)?

Zuidwendelaan

In de inventaris van het leengoed van Hoboken van 1696 vinden we tussen de verhuurde leengoederen, de “Zuytwint” waarmee de weg van de sluis aan de Schelde (Herensluis) tot aan de heide werd aangeduid. Deze weg kan al van de 13de eeuw dateren maar
vinden we toch eerst in 1600 vermeld als “Zuytwind”. Bij de aanbestedingen in de polder komt de naam ontelbare keren voor vanaf 1699 (“tot aen de Zuyt Wende”).

De Zuidwende was een zij- of binnendijk waarop een weg was gelegen en die gezien vanaf de grote dijk in zuidelijke richting liep. De Zuidwende kwam dus overeen met de Zuidweg.

0